Zeeland stond heel lang te boek als een protestantse provincie, waarin vooral de ‘zware’ stromingen invloed hebben. Dat beeld verdient correctie. Wat aanhang van geloofsgemeenschappen betreft is het beeld in de regio’s in de provincie divers.
Bevindelijke protestanten vormen een dominante factor in sommige dorpen, maar in geen enkele burgerlijke gemeente behaalt de SGP de meerderheid bij verkiezingen, evenmin als elders in Nederland trouwens. De voormalige gemeente Sint-Philipsland vormde daarop ooit de uitzondering. Daar bezetten de Staatkundig Gereformeerden vier van de zeven raadszetels in de periode 1974-1978.
Tot in het derde kwart van de 20e eeuw was een op de vier Zeeuwen rooms-katholiek. Deze kerk was sterk aanwezig in Oost-Vlaanderen (de omgeving van Hulst werd vanouds aangeduid als Het Heilig Land), in delen van Zuid-Beveland en op het eiland Tholen. Zo was tot ver in de 20e eeuw bijna een op de drie inwoners van Tholen-stad katholiek.
Na de Reformatie bleven Limburg en Noord-Brabant overwegend Rooms-Katholiek. Grote katholieke minderheden waren er in Overijssel, Gelderland, Utrecht en Noord-Holland. Zeeland was zevende op de ranglijst, wat het roomse gehalte der inwoners betreft. De provincie klom een plaatsje nadat het aantal katholieken in Noord-Holland terugliep door de secularisatie. In Zeeland verliep die langzamer dan elders.
REGIO’S
Sint Philipsland/Tholen
Sint Philipsland in het uiterst noordoosten is vrijwel geheel protestant. Vier van de vijf kerkgemeenschappen op dit voormalige eiland behoorden aan het begin van de 21e eeuw tot de bevindelijke richting. Zodoende kan deze kleinste regio van de provincie qua godsdienstbeleving worden aangemerkt als de zwaarste van Zeeland.
Het voormalige eiland Tholen is overwegend protestant, maar kent grote Rooms-Katholieke parochies in Oud-Vossemeer en Tholen-Stad. Verschillende dorpen zijn in meerderheid van bevindelijke richting. Dat geldt voor Scherpenisse, Sint Annaland, Sint Maartensdijk en Stavenisse.
Schouwen-Duiveland
Schouwen-Duiveland was overwegend protestants, maar hier was het beeld afwijkend van Tholen en Sint Philipsland. Aanvankelijk was de regio zeer confessioneel. Dat kwam vooral door toedoen van Godefridus Udemans die van 1602 tot aan zijn dood in 1649 predikant was in Zierikzee. Hij ijverde voor een strenge zondagsheiliging en had puriteinse opvattingen. De vrijzinnige richting kreeg later meer aanhang onder de protestanten op Schouwen-Duiveland. Zo was er in de 19e eeuw in Zierikzee voortdurend animositeit tussen de vrijzinnige en rechtzinnige stroming binnen de Nederlandse Hervormde kerk. Alleen op Duiveland bleef de rechtzinnige richting in enkele dorpen zeer sterk (Nieuwerkerk en Oosterland). De Rooms-Katholieken vormden in deze regio een kleine minderheid met een parochie in Zierikzee.
Noord-Beveland
Op Noord-Beveland was de Nederlandse Hervormde kerk groot. Rooms-katholieken woonden er amper. De Afscheiding leidde in de 19e eeuw tot de stichting van bevindelijke gemeenten, maar die bleven klein. De vrijzinnigheid was dominant in de hervormde kerk. Dat kwam mede door de agrarische structuur van het eiland, met vrijwel uitsluitend grote boerenbedrijven. De eigenaars daarvan beheersten zowel het economisch als het kerkelijk leven.
Zuid-Beveland
Het beeld van Zuid-Beveland is heel verschillend. In de oostelijke uitloper van het eiland, grofweg de gemeente Reimerswaal, is de bevindelijkheid een grote factor. Die manifesteert zich vooral in dorpen als Krabbendijke en Yerseke. In Kruiningen is dit minder het geval en in Rilland en Bath nog minder.
In de Zak van Zuid-Beveland en in Goes bleven velen na de Reformatie trouw aan de katholieke traditie. Aan het begin van de 21e eeuw waren de dorpen ’s Heerenhoek, Kwadendamme en Ovezande overwegend katholiek.
Daarentegen werden de dorpen Borssele, ’s Gravenpolder en Waarde protestants, met een sterk bevindelijke inslag.
Dat dorpen uitgesproken rooms of protestants zijn heeft te maken met concentratie. Mensen kozen voor een bepaald dorp vanwege de aanwezigheid van een kerk en/of school van de eigen signatuur. De dorpen ten westen van Goes waren wat bevolkingsopbouw overwegend protestants, maar de bevindelijkheid kreeg daar veel minder aanhang dan elders. Heinkenszand kende vanaf de 19e eeuw een bloeiende parochie en ook het pas in 1924 tot dorp verheven Lewedorp is overwegend katholiek.
Walcheren
Het platteland van Walcheren was overwegend protestant. Aanvankelijk was de protestantse richting in de regio overwegend streng te noemen. Dat kwam mede door het optreden van Willem Teellinck. Deze predikant was van 1608 tot aan zijn dood in 1629 verbonden aan de kerk van Middelburg en wordt beschouwd als een grondlegger van de stroming van de Nadere Reformatie die sterk de nadruk legde op een persoonlijk geloof. Een andere beroemde aanhanger van deze stroming was Bernardus Smytegelt, die van 1695 tot 1735 dominee was in de Zeeuwse hoofdstad. Door toedoen van deze en andere vrome voormannen was er op Walcheren een grote stroom van rechtzinnige gelovigen. In het begin van de 19e eeuw waren diverse dorpen (voorbeelden Ritthem, Nieuw- en Sint-Joosland) vrijwel volledig Nederlands Hervormd. De aanwezigheid van een sterke minderheid die voortborduurde op de Nadere Reformatie en later werd aangeduid als ‘bevindelijkheid’ gaf op Walcheren de wind in de zeilen aan de Afscheiding die zich vanaf het tweede kwart van de 19e eeuw voltrok in Nederland. Door deze beweging kalfde de hervormde kerk in verschillende dorpen sterk af. Zodoende werd de bevindelijkheid de dominante stroming in dorpen Aagtekerke en Meliskerke. De ‘arbeidersstad’ Vlissingen was in de jaren vijftig van de 20e eeuw al de meest geseculariseerde stad in Zeeland. De ‘ambtenarenstad’ Middelburg bleef in de 20e eeuw veel meer kerkelijk georiënteerd. In die eeuw werd ook niet een kerkgebouw afgebroken, tenzij om plaats te maken voor een nieuw bedehuis, dat vaak groter was. Katholieke minderheden waren er in zowel Vlissingen als Middelburg.
West-Zeeuws Vlaanderen
Toen de rooms-katholieken na de Reformatie gedurende twee eeuwen noodgedwongen een ondergronds religieus bestaan moesten leiden werd het protestantisme de dominante stroming. De hoofdstroom was nogal vrijzinnig en bevindelijke gemeenten kwamen hier amper voor.
Na de religieuze gelijkstelling in de 19e eeuw kreeg, tot schrik van het protestantse establishment, het katholicisme in de streek gaandeweg steeds meer belang. Grote parochies ontstonden in Aardenburg, Oostburg en Sluis. Ook verrezen katholieke kerken in Groede, Hoofdplaat, IJzendijke en Philippine en Schoondijke.
De secularisatie maakte in West Zeeuws-Vlaanderen in de 20e eeuw sneller opgang dan elders in Zeeland. Zodoende werd Zuidzande in 1996 het eerste kerkloze dorp van de regio. Diverse kerken, vooral katholieke, leden vanaf het laatste kwart van de 20e eeuw een kwijnend bestaan. In dit overzicht is voor de regio uitgegaan van het grondgebied van de gemeente Sluis. Opvallend is dat de kleine protestantse stroming de Vrije Evangelischen hier wortel schoot in Breskens, Cadzand, Nieuwvliet en Retranchement.
Kanaalzone
De kanaalzone, ofwel het deel van Zeeuws-Vlaanderen aan weerszijde van het Kanaal Gent-Terneuzen, is zeer gevarieerd. In deze beschrijving valt de Kanaalzone samen met het grondgebied van de gemeente Terneuzen. In dit gebied waren de dorpen Koewacht, Overslag (Nederlandse deel), en Westdorpe vrijwel volledig rooms-katholiek, terwijl deze stroming in Philippine en Sas van Gent in de loop van de 19e eeuw eveneens dominant werd. In Biervliet en Sluiskil was het beeld diffuser, terwijl Terneuzen-stad, Hoek en Axel en Zaamslag in grote meerderheid de protestantse richting waren toegedaan.
In Terneuzen ontstond een flinke bevindelijke minderheid (gereformeerde gemeenten in twee soorten en oud-gereformeerden), maar die was toch kleiner van omvang dan elders in de provincie. Hoewel Zaamslag bekend staat als ‘zwaar, wordt dat amper gestaafd door de ledentallen van kerken in dat dorp.
Oost-Zeeuws-Vlaanderen
Deze regio valt in dit overzicht samen met de grenzen van de gemeente Hulst. Na de Reformatie bleef de bevolking in grote meerderheid rooms-katholiek. De protestantse elite nam de basiliek in Hulst over. Nadat katholieken en protestanten vanaf 1806 op last van Napoleon diensten mochten houden, ging de kerk in 1926 over naar de katholieken. De katholieken in de regio kwamen na de Reformatie bijeen in schuilkerken (o.a. Hulst) of in parochiekerken in België. De katholieke emancipatie in de 19e eeuw leidde tot een enorme bouwdrift. Zelfs het bescheiden dorp Terhole kreeg een roomse kerk. In Hulst bleef een kleine protestantse gemeenschap, evenals in Kloosterzande. Voor het overige waren de kernen aan het begin van de 21e eeuw overwegend katholiek. Het kerkbezoek viel echter vanaf het laatste kwart van de 20e eeuw zeer sterk terug, wat leidde tot (plannen voor) kerksluiting.